A-locatie #

Bij het openen van een winkel zijn er veel beslissingen om te nemen. Daarbij moeten prioriteiten worden gesteld waarbij locatie, locatie én locatie vaak de voornaamste drie posities innemen. Met andere woorden; de plek waar een winkel zich vestigt kan doorslaggevend zijn voor het succes van de onderneming.

Dit hangt deels af van het assortiment en de doelgroep, toch is de keuze voor een locatie van groot belang voor de ondernemer. Wanneer het een plek in het (winkel) centrum van een gemeente betreft met een hoge zichtbaarheid en diverse omringende faciliteiten dan kun je spreken van een A-locatie.

ABC-tje #

In Nederland worden drie types locatie onderscheiden: A-locatie, B-locatie en C-locatie. Het onderscheid is voor een groot deel bepaald op de geografische locatie. Hoe dichter het pand zich in het centrum van een gemeente bevindt, hoe beter het is. Hier komen de meeste winkelende klanten, er zijn diverse mogelijkheden om te parkeren, of er is aansluiting met het openbaar vervoer, de kans op meer omzet ligt aanzienlijk hoger.

Buiten de stadskern worden de locaties goedkoper met de goedkoopste locaties op bijvoorbeeld een afgelegen industrieterrein. Er zijn een aantal factoren die een rol spelen waarbij vraag en aanbod zeker van belang is. Daarom zijn het geen termen die vastliggen.

Wil ieder bedrijf op een A-locatie zitten? #

Winkels hebben behoefte aan klanten. Daarbij zijn er klanten die doelgericht naar een specifieke winkel gaan, de meeste shoppers lopen winkel in, winkel uit op zoek naar leuke artikelen.

Voor met name de minder gebonden klanten is een A-locatie van belang. Dit geldt bijvoorbeeld voor kledingwinkels en andere sectoren waarin veel concurrentie bestaat en klanten minder trouw zijn. Naast de verkoop is er ook het voordeel van zichtbaarheid en prestige. Een winkel die op een A-locatie is gevestigd wordt gezien als een ‘serieuze’ onderneming, het wekt vertrouwen op.

Supermarkten bevinden zich traditioneel niet op A-locaties maar kiezen voor een pand dat zich direct buiten de kern bevindt. Bouwmarkten en meubelzaken die behoefte hebben aan veel ruimte gaan voor de B- en C-locaties op bijvoorbeeld een industrieterrein of in randgemeenten. Dit zijn de winkels waar klanten bereid zijn om een stukje verder te rijden, of waar er meer behoefte is aan parkeergelegenheid.

Goedkopere locatie dankzij webshops #

Online zijn de regels anders, hoewel populaire omeinnamen wel degelijk een waarde vertegenwoordigen. Zo was Microsoft  in Nederland behoorlijk laat met de registratie van “windows.nl” en kregen ze het aan de stok met de originele registrant. Omdat het Engelse woord voor ‘ramen’ een generiek woord is stelde de eigenaar dat Microsoft geen recht had op dit domein.

Webshops die gekoppeld zijn aan fysieke locaties kunnen gebruik maken van de commerciële mogelijkheden die een webshop biedt en voor een goedkopere fysieke locatie kiezen. Denk aan bestellen op internet met een afhaalpunt voor klanten. Dan is er geen belang bij winkelende klanten die langslopen.

Ook zijn er ondernemers die niet behoren tot een keten en via een webwinkel klanten in een veel groter verzorgingsgebied kunnen bereiken. Zo kan een slager in Maastricht concurreren met een slager in Amsterdam door producten koelvers te verzenden. E-commerce heeft de definitie van A-locaties veranderd, wat duidelijk te zien is aan lege panden in voorheen drukke winkelcentra.

Handig artikel voor je?
Updated on augustus 31, 2021