Dynamic content #

Voordat Web 2.0 werd geïntroduceerd waren HTML pagina’s statisch. Dit betekent dat ze door een webdesigner gemaakt werden, bij het opvragen door een internetgebruiker werd de pagina geladen zoals deze ontworpen was.

Web 2.0 voegde een flink aantal interactieve elementen toe aan de mogelijkheden online en dynamic content was hier een onderdeel van.

In plaats van een vooraf gedefinieerde pagina laden werd er dynamic content geladen dat er voor iedere gebruiker anders uit kan zien. Dit heeft de wijze waarop het internet werkt veranderd.

Waar komt dynamic content vandaan? #

Hoewel dit type content vaak geassocieerd wordt met Web 2.0 bestond het in principe al voor het World Wide Web met HTML was ontwikkeld. Daarbij zijn twee opties te onderscheiden.

Enerzijds is er de client-side methode waarbij de input van een gebruiker bepaalt welk resultaat er wordt gegenereerd op de server. Daarnaast is er server-side scripting waarbij content gegenereerd wordt op basis van directe parameters.

Dynamic content op basis van een database #

Heel eenvoudig is het verschil tussen static content en dynamic content het verschil tussen een puzzel die al gelegd is en een doos met Lego blokjes. Bij een statische pagina hebben de programmeur, ontwerper en content creator een pagina ontworpen op basis van een groot aantal puzzelstukjes.

Als iemand een statische webpagina opvraagt dan worden alle stukjes geladen en netjes op hun plaats gelegd. Als het dynamic content betreft dan maakt de gebruiker onderdeel uit van het proces.

Een afwijkende aanvraag zal tot een afwijkend resultaat leiden. In dit geval zorgen de programmeur, ontwerper en content creator voor de bouwblokken, de input van de gebruiker bepaalt de uiteindelijke vorm. Dit is mogelijk door te werken met een database.

Voorbeelden van dynamic content #

Enkele toepassingen van dynamic content zijn:

  • Internet fora waar gebruikers berichten kunnen lezen en toevoegen.
  • Webmail diensten zoals Outlook en Gmail.
  • Blogs met zoekfunctie en mogelijkheid om te reageren of content toe te voegen.
  • CMS zoals WordPress die online webdesign mogelijk maken.

 

Door technologieën te combineren ontstaan er meer geavanceerde mogelijkheden. Denk aan Ajax, JavaScript of de Flash plug-in. De eerste keer dat JavaScript werd toegepast op grote schaal was in 1997. Toen werd het als standaard gebruikt binnen Netscape 3.

Dynamic content als standaard #

Voor de meeste internetgebruikers is het nauwelijks meer voor te stellen dat webpagina’s altijd hetzelfde zijn zonder input van de gebruiker. Ook het gebruik van webdiensten is ingeburgerd waarbij web applicaties net zo goed of zelf beter kunnen functioneren dan software die op een computersysteem staat opgeslagen.

Een voordeel van web apps is dat ze onafhankelijk werken van een besturingssysteem. Als het apparaat een browser heeft dan kan de applicatie worden geladen. Een nadeel hiervan is dat er minder controle is op de functionaliteit vanuit de server.

Zo kunnen de limitaties van een systeem ervoor zorgen dat een web applicatie niet goed functioneert of zelfs helemaal niet kan worden geladen.

Handig artikel voor je?
Updated on augustus 10, 2022